Wat is waarheid?

Recentelijk mocht ik een voetbalwedstrijd fluiten. Het betrof een echte derby: twee clubs die ongeveer 5 km van elkaar af liggen en voor elkaar absoluut niet onder wilden doen. Vanaf de eerste seconde ‘vlogen de spelers er dan ook op. Er werd voor elke centimeter gestreden en zeer fanatiek gevoetbald. Spelers probeerden mij als spelleider continu uit; ze smokkelde bij een inworp er enkele meters bij of gingen hinderlijk voor de vrije trap van de tegenstander staan om zo te beletten dat hij snel genomen kon worden. Ook lieten ze voortdurend weten wat ze van mijn beslissingen vonden (en nee, daar zaten weinig complimenten bij).

Ook de trainers lieten zich niet onbetuigd; zij meldden zich voortdurend langs de zijlijn om mij duidelijk te maken wat ik in hun ogen allemaal niet goed deed. Kortom: ik moest de hele wedstrijd politieagent spelen. Gelukkig volgde ik het spel voortdurend van korte afstand waardoor ik alle belangrijke beslissingen van zeer dichtbij heb kunnen waarnemen. Uiteindelijk heb ik 8 gele (waarvan 2 voor dezelfde speler, dus rood) en een directe rode kaart moeten geven om de wedstrijd tot een goed einde te brengen. Ook heb ik een trainer weg moeten sturen uit zijn dug out naar de tribune omdat hij zeer nadrukkelijk commentaar had om mijn leiding, zelfs toen ik hem daarop aansprak.

Bovenstaand is helemaal waar. Er is geen woord gelogen en alles is oprecht en waarheidsgetrouw weergegeven. Toch is er nog een ‘andere waarheid’. Vergelijkt u het onderstaande eens met het bovenstaande.

Recentelijk moest ik een wedstrijd fluiten. Die ochtend had ik een heftige discussie met iemand. Dit raakte mij waardoor ik echt even van slag was, tot tranen aan toe. Gelukkig moest ik die middag een wedstrijd fluiten zodat ik de zinnen even kon verzetten. Maar m’n humeur was door de gebeurtenis zwaar beïnvloed. Voorafgaand aan de wedstrijd leek ik nog wel ok, het was lekker weer en ik had zin in een mooie pot. Tijdens de warming-up maakte ik kennis met beide trainers en had een heel prettige eerste kennismaking. Er werd gelachen en we hadden een goede klik met elkaar. Gedurende de wedstrijd merkte ik dat ik veel te veel geïrriteerd reageerde dan voor mij normaal. Spelers proberen voortdurend tot hoever ze kunnen gaan.

Ik fluit ongeveer 25 jaar en weet dat dus al jaren. Waar ik normaliter met een vriendelijke lach, een grap of een ‘gespeelde verontwaardiging’ even een speler terecht wijs, merkte ik dat mijn frustratie nu maakte dat ik deze stijlflexibiliteit totaal niet beheerste. Ik had maar één stand: de strenge vermanende. Ik miste de rust en overzicht om even te kunnen reflecteren op mijn eigen gedrag. Hierdoor heb ik geen band opgebouwd met spelers die ik normaal wel opbouw en die de-escalerend werkt. Ook de goede band met de trainers was ik snel kwijt. Als een boomerang kreeg ik mijn eigen irritatie over de aanvaring van die ochtend terug. Het (vervelende) gedrag van de spelers en trainers zou een spiegel voor mij geweest moeten zijn om even ‘uit mijn eigen frustratie’ te stappen. Door bijvoorbeeld even af te koelen, wat meditatie oefeningen te doen tijdens de wedstrijd of door mezelf op andere wijze even tot de orde te roepen. Hoewel alle kaarten en beslissingen ‘an sich’ terecht lijken, weet ik met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat er veel leed te voorkomen was geweest als ik mijn normale en natuurlijke innerlijke rust had behouden.

Ook dit is waar. De vraag is dus altijd: welke waarheid wil je zien? En sta je open voor de waarheid waarbij je kritisch naar je eigen rol en aandeel kijkt, of is het stiekem fijner om te kijken naar die ander?

Wat vind jij?